Vanaf het moment dat de Kerk ontstond, begon te groeien en zich ontwikkelde werd de noodzaak gevoeld om vast te leggen waar het christendom nou precies voor stond. De apostel Paulus formuleerde al in zijn brieven aan de eerste christengemeenschappen waar het christelijke geloof over ging, wat het betekende en wat niet. En de apostelen kwamen bij elkaar om hierover te vergaderen, vertelt het bijbelboek Handelingen. In de periode van de vroege kerk, in de eerste of tweede eeuw na Christus, ontstond de Apostolisch Geloofsbelijdenis, waarin twaalf artikelen werden opgesteld die de kern vormen van het christelijke geloof. Later werd de geloofsbelijdenis van Nicea geformuleerd tijdens het Concilie (een vergadering van bisschoppen) van Nicea, dat gehouden werd in het jaar 325 na Christus. Dit zijn de teksten van beide genoemde geloofsbelijdenissen. In elke Eucharistieviering op zondag spreken of zingen alle aanwezigen gezamenlijk een van deze geloofsbelijdenissen uit:

Geloofsbelijdenis van de apostelen

 

Credo van Nicea – Constantinopel
Ik geloof in God,
de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde.
Ik geloof in één God
de almachtige Vader
Schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

 

En in Jezus Christus, zijn enige Zoon,
onze Heer,
En in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht,
ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.
Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil
uit de hemel neergedaald.

 

die ontvangen is van de heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria,
Hij heeft het vlees aangenomen
door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,

 

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle,

 

Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus
en is begraven.
de derde dag verrezen uit de doden Hij is verrezen op de derde dag,
volgens de Schriften.

 

die opgestegen is ten hemel,
zit aan de rechterhand van God,
de almachtige Vader,

 

Hij is opgevaren ten hemel:
zit aan de rechterhand van de Vader.
vandaar zal Hij komen oordelen
de levenden en de doden.
Hij zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen levenden en doden
en aan zijn rijk komt geen einde.

 

Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergeving van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
en het eeuwig leven.
Ik geloof in de heilige Geest
die Heer is en het leven geeft
die voortkomt uit de Vader en de Zoon;
die met de Vader en de Zoon
tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt;
die gesproken heeft door de profeten.
Ik geloof
in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.
Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
en het leven van het komend rijk.

 

Amen. Amen.