Bij roeping gaat het om een appèl. Een appèl dat komt van God. Hij is het die roept. De roepstem van de Heer, het appèl dat wordt gedaan, kan ervaren worden in het luisteren naar woorden uit de Heilige Schrift, in de stilte van het hart, maar evenzeer in woorden van anderen of situaties in het leven van alle dag. Iedere roeping is daarbij uniek en onherhaalbaar.

Iedere mens is als beeld van God geschapen. Helaas zal een ieder moeten bekennen dat hij of zij niet geheel meer op dit beeld gelijkt. Iedere mens is nu geroepen om weer op dat beeld te gaan gelijken, te worden zoals God hem of haar bedoeld heeft, uiteindelijk te komen tot zichzelf.

De Katholieke Kerk leert ons: ‘De roeping van de mensheid bestaat erin het beeld van God zichtbaar te maken en zich om te vormen tot het beeld van de ééngeboren Zoon van God. Dit is een persoonlijke roeping, omdat iedereen geroepen is om binnen te gaan in de goddelijke zaligheid; deze roeping betreft eveneens de gehele menselijke gemeenschap’ (KKK 1877).

Wie roept?
God roept. Directer kunnen we het niet zeggen. Iedere mens wordt door God persoonlijk aangesproken. De Bijbel getuigt van een veelheid van wijzen waarop God zich aan mensen openbaart. Zo spreekt God tot Mozes vanuit de brandende doornstruik (Ex 3,1-22). De jonge Samuël hoort de stem van God midden in de nacht (1 Sam 3,1-18). Maria krijgt het Woord van God gebracht door de engel Gabriël (Lc 1,26-18). Jezus vertelt ons dat God zijn roepstem ook laat horen in de nood van anderen: ‘Alles wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt ge voor mij gedaan’ (Mt 25,40).

Op vele manieren laat God ook vandaag zijn Stem in deze wereld klinken: de Stem van God kan gehoord worden als tijdens vieringen de Schrift en met name het Evangelie wordt gelezen en ontsloten; God spreekt als mensen biddend in de Bijbel lezen; de Stem van God klinkt door andere mensen en niet op de laatste plaats door de mens in nood; God spreekt door de natuur; en uiteindelijk spreekt God ook in de stilte van het hart van iedere mens.

Wie worden er geroepen?
Alle mensen worden geroepen, mannen en vrouwen, jong en oud, aanzienlijken en onaanzienlijken. Ook hiervan getuigt de Bijbel veelvuldig. In navolging van de vele bijbelse getuigenissen, heeft God voor iedere mens een taak en een bestemming in dit leven. Wat dat betreft is iedere mens door God gewild en door Hem geliefd.

Wat is mijn roeping?
De vraag ‘wat is mijn roeping?’ zal door iedereen anders beantwoord worden. De een zal heel gemakkelijk over zijn leven kunnen spreken in termen van roeping en een ander misschien helemaal niet. Zo zal werk binnen de Kerk over het algemeen gemakkelijker als roeping verstaan worden dan bijvoorbeeld het werk bij een commerciële bank. Voordat we kunnen spreken over specifieke roepingen, hebben we eerst te spreken over de roeping die alle christenen met elkaar delen en die aan iedere specifieke roeping voorafgaat, namelijk de roep om christen te zijn.

Van de verschillende roepstemmen die een mens in zijn leven kan onderscheiden, zal de ene roepstem een blijvend en de ander een meer tijdelijk karakter hebben. Het ouderschap is bijvoorbeeld een roeping voor het leven. Ouders blijven hun hele leven ouder en zullen, weliswaar met verschil in intensiteit, hun hele leven zorg dragen voor hun kinderen. Ook priesters zijn hun hele leven priester. Binnen deze levensroepingen kunnen weer andere roepingen herkend worden. We zien dit bijvoorbeeld heel duidelijk bij getrouwde mannen die diaken worden. Ze ruilen niet de ene roeping in voor de andere. Integendeel zelfs. Ze zijn en blijven gehuwd en, waar gegeven, blijven ze ook ouder. Daarnaast weten ze zich tevens geroepen tot het diakenambt in de Kerk.

Het gewone en dagelijkse werk kan als roeping gezien en verstaan worden. Beroepen in de gezondheidszorg en in het onderwijs worden vanouds als roeping getypeerd..

Vrijwilligerswerk tenslotte is ook een belangrijke categorie, als je spreekt over roepingen. Een ouder kan naast de zorg voor kinderen en het hebben van een baan, ontdekken dat van hem of haar gevraagd wordt een deel van de vrije tijd te geven aan bijvoorbeeld het bezoeken van oude mensen in een verpleeghuis, aan de Scouting, of aan een werkgroep in de Kerk. Gaven en talenten die mensen hebben worden niet voor zichzelf gehouden of voor de meest directe kring van dierbaren, maar worden gegeven aan anderen, soms onbekenden, gratis, om niet. Hier ontdekken mensen dat er een appèl op hen wordt gedaan, een appèl dat zo sterk is dat ze er niet aan voorbij kunnen gaan.

In het grote en bonte palet van roepingen wordt een aantal mensen geroepen tot werk in de Kerk, de zogenaamde kerkelijke roepingen. Het gaat hier om taken en functies in de Kerk die ten dienste staan aan de opbouw van de geloofsgemeenschap. We spreken hier concreet over het priesterschap, het diaconaat, het religieuze leven en de functie van pastoraal werker en werkster.

(Uit “ Je bent geroepen” pastorale handreiking aartsbisdom Utrecht, april 2006)