Nieuws

Rooms-Katholieke Kerk Nederland > Actueel > Impressie na de voorbezichtiging: ‘Holocaustmuseum stelt persoon centraal’

Impressie na de voorbezichtiging: ‘Holocaustmuseum stelt persoon centraal’

Een van de meest geciteerde uitspraken van publicist Abel Herzberg luidt: “Er zijn in de Tweede Wereldoorlog geen zes miljoen joden uitgeroeid, maar er is één jood vermoord en dat zes miljoen keer.” Dat is precies wat het nieuwe Holocaustmuseum in Amsterdam laat zien. Zoals duidelijk werd tijdens de voorbezichtiging op 9 maart, waarbij mgr. Woorts, namens de bisschoppenconferentie ambassadeur voor het museum, aanwezig was. Een impressie door Tineke de Lange, beleidsadviseur van de bisschoppenconferentie voor Kerk en Jodendom.

Licht en duisternis

Het museum bestaat uit twee gebouwen: de voormalige Joodse Schouwburg, al een aantal jaren een belangrijke herinneringsplaats, en het nieuwe museum ertegenover. Een opvallend licht en sober maar warm ingericht gebouw. Een bewuste keuze, volgens Annemiek Gringold, conservator en projectleider van het Nationaal Holocaustmuseum. Het museum is bedoeld als hommage en herinnering aan de mensen die vermoord zijn en aan de weinigen die de verschrikkingen overleefd hebben. Zij verdienen een warm huis waarin niet de duisternis overheerst – al is die onontkoombaar en noodzakelijk ook aanwezig.

Confrontatie

De tentoonstelling begint op de tweede verdieping met een grote, confronterende foto, genomen na de bevrijding van concentratiekamp Bergen Belsen. In een parkachtige omgeving liggen langs een voetpad dode mensen. Vooraan loopt, met afgewend gezicht, een klein jongetje, de zevenjarige Sieg Maandag uit Amsterdam. Deze foto verbeeldt de vernietiging en ontmenselijking en het feit dat het om personen gaat, kinderen zelfs. Zulke confronterende beelden zijn er meer, maar ze vormen niet het zwaartepunt van de tentoonstelling. Een ander confronterend element is de afdruk van alle anti-Joodse verordeningen op de wanden van de zalen, die laten zien hoe de nazi’s de Joden in Nederland stap voor stap isoleerden van hun medeburgers en van hun waardigheid beroofden.

Persoonlijk en nabij

In de vitrines maken foto’s, filmpjes en alledaagse voorwerpen duidelijk wat dit voor mensen persoonlijk betekende. Maar ook hoe men ondanks alles aan het ‘gewone’ leven en de menselijke waardigheid probeerde vast te houden. In een kastje zien we een filmpje van een spelende peuter met een pop in haar armen. Die pop ligt ook in het kastje. Verderop staat een vitrine met daarin een kinderjurkje, door een ondergedoken moeder gemaakt voor haar dochtertje, dat op een ander adres ondergedoken zat. Op deze manier krijgen de slachtoffers van de Holocaust een naam en een gezicht en komen ze ons nabij. Zoals door de knopen die gevonden zijn in Sobibor, het laatste wat de mensen aanraakten toen ze hun kleren moesten uittrekken voor ze in de gaskamers vermoord zouden worden.

Toen en nu

Het Holocaustmuseum gaat over mensen van toen en mensen van nu. Het vraagt ons de slachtoffers van de Holocaust te gedenken in al hun menselijkheid. Het doordringt ons van het feit dat antisemitisme en ontmenselijking niet verdwenen zijn uit onze wereld – integendeel. Na een bezoek aan dit museum is de vraag onontkoombaar waar wij, als bezoekers, zelf staan.

Een uitgebreid interview met conservator Annemiek Gringold is te vinden op de website van de Katholieke Raad voor het Jodendom.

 

Artikel mw. dr. Tineke de Lange,  foto’s mgr. H.W. Woorts

 

 

 

 

Tags: , ,