Caritascolumn: Hoop ontvangen van de kwetsbare medemens

Soms wil je zo graag hoop geven aan kwetsbare mensen, dat je vergeet van hen hoop te ontvangen.
“Je wordt niet meer gezien als mens,” hoorde ik recent een dakloze zeggen. Een opmerking die ik als straatpastor in Tilburg regelmatig te horen krijg. “I am nobody anymore,” “niemand kijkt mij nog aan.” Wanhoopskreten van iemand die het gevoel heeft zijn menszijn te zijn verloren. Welke hoop is er dan nog om je aan vast te houden?
In het Tilburgse straatbeeld zijn steeds meer daklozen zichtbaar. Voor menig mens is deze zichtbaarheid een confrontatie met het maakbaarheidsideaal: in onze moderne en sociale samenlevingen zou niemand op straat moeten leven. Toch komt dit steeds meer voor. Om deze confrontatie te mijden, lopen we als priester en leviet met een boog om de daklozen heen. Wegkijkend en de verwondingen negerend (vgl. Luc. 10:30-32).
Iemands wonden negeren, is dat niet het meest mensonterende dat er is?
Een caféhouder bleek niet blij te zijn met de thuis- en daklozen in het stadscentrum, want het zou “slecht zijn voor zijn klandizie”. Na mijn vraag of de tegenvallende klandizie niet kwam door de absurde hoge prijzen voor een gewone kop koffie, liep de uitbater geërgerd weg. Liever geen kwetsbaren nabij, want dat is te confronterend.
De kracht van gezien worden
Welke hoop heb je, als je wordt genegeerd en geweerd? Wanneer je twijfelt aan je eigen menszijn? Voor veel kwetsbare mensen – niet alleen voor daklozen – is het belangrijk om gezien te worden. Niet als ‘probleem dat opgelost moet worden’, maar gezien worden als naaste. Geen economisch ogenschouw, maar een liefdevol zien. Noem het de Jezus-blik met diepe bewogenheid voor de kwetsbare medemens (vgl. Mat. 9:35-36).
Bronnen van hoop in de stad
Gelukkig zijn er in Tilburg veel mensen met deze Jezus-blik voor de kwetsbaren. Ik denk aan een vrouw die afgelopen week in de hitte met ijsjes door de stad liep om ze aan daklozen uit te delen. Ik denk aan de barmhartige Samaritanen die kleding uitdelen en aan een verzorgingshuis dat extra soep klaarmaakt voor daklozen. Deze mensen zijn bronnen van hoop en liefde voor de kwetsbaren, onszelf en de samenleving.
Toch heb ik in het straatpastoraat ervaren dat ook de thuis- en daklozen zelf een bron van hoop zijn. Bij deze mensen zie ik een bewogenheid voor elkaar én de samenleving. Een Jezus-blik voor kwetsbaren. Dankbaarheid voor wat ze mogen ontvangen en het goede dat ze brengen! Zo kwam er een dakloze man die zei niet te willen ontvangen, maar te willen geven. Hij heeft maandenlang, elke week, geholpen bij het uitdelen van eten.
Christus ontmoeten in de ander
Begrijpt u mij niet verkeerd. Bij de thuis- en daklozen is er soms sprake van problematisch gedrag en zijn er conflicten (ook naar elkaar toe). Ik wil de zaken niet rooskleuriger laten lijken dan ze zijn. Tóch raakt het mij dat de verstoten mens goed doet voor anderen. Wanneer ik denk aan de ontmenselijkte mens, zie ik de met nagels doorboorde handen van Christus Jezus. Hangend aan het kruis, stervend als een slaaf (vgl. Fil. 2:7-8) en zo het mens-zijn ontnomen. In de wonden van de thuis- en daklozen herken ik de wonden van Christus. In hun ogen zie ik Zijn ogen. In hen, ontmoet ik Hem. Dat is mijn hoop.
Sta open voor hetgeen de thuis- en daklozen met u willen delen. Dan zult u verwonderd staan van wat u mag ontvangen.
Floris Oude Vrielink is straatpastor in Tilburg en Medewerker Diaconie in het bisdom ‘s-Hertogenbosch
Tags: caritas, caritascolumn









