Nieuws

Rooms-Katholieke Kerk Nederland > Actueel > Zomerserie Pius Almanak 2026 deel 3 – Column Stijn Fens

Zomerserie Pius Almanak 2026 deel 3 – Column Stijn Fens

Deze zomer publiceert rkkerk.nl een aantal artikelen uit de Pius Almanak 2026. Met onderstaande bijdrage sluit de serie af. Journalist en voormalig Trouw-columnist Stijn Fens deelt zijn persoonlijke reflectie op Kerk en samenleving en biedt daarmee stof tot nadenken voor de zomermaanden.

Stijn Fens vraagt zich af: ‘waarom voel je thuis in een bepaalde kerk?’

Stijn Fens is journalist, bekend als Vaticaankenner, en sinds dit voorjaar eindredacteur Levensbeschouwing Katholiek bij KRO-NCRV. Eerder was hij verslaggever bij Trouw en schreef hij voor deze krant jarenlang columns. Hij deelt in één daarvan zijn ervaring met het opnieuw vinden van een ‘liturgisch thuis’.

Een nieuw thuis

Gedurende enige tijd liep ik op zondagen langs kerken en kathedralen en zag dan met jaloezie hoe drommen gelovigen hun warme, tweede huis binnenliepen. Vervolgens hield ik mijn oor tegen de koude kerkmuur, ving gezang op, maar hoorde een taal die ik niet verstond. Ik was liturgisch dakloos.

Maar sinds een paar jaar ben ik van de straat en heb ik weer een huis. Dat huis is een basiliek -inmiddels co-kathedraal- in een grote stad, dicht bij een treinstation. Als we in de NS-Sprinter aan komen rijden, zien we haar al liggen. Ze heet ons welkom namens de stad.

Laatst waren we er weer. Lopend vanaf het station, langs het stadsafval van de uitgaansnacht ervoor, gingen wij de trappen op naar de ingang. Eenmaal binnen viel de stad als een te zware jas vanzelf van onze schouders. Dezelfde vrijwilliger als de week ervoor gaf ons het liturgieboekje. Het was de 28e ‘zondag door het jaar’. Wat zegt de kerk dat toch goed. De zondag is zo op het oog een normale zondag, maar door er een getal aan te geven, krijgt ze statuur, wordt ze opgetild en ontstaat er zo een nieuwe, betekenisvolle dag. Tegelijkertijd maakt de kerk zich zo meester van de tijd. Het is niet de 28e zondag van het jaar, maar door het jaar. Het kerkelijk jaar.

Huisgenoten

Bij een nieuw huis horen ook nieuwe huisgenoten. Zoals de vrouw die altijd vlak voor aanvang van de mis aan komt lopen en haar plaats aan het begin van de rij inneemt, waarna zij haar wandelstok aan de leuning van de bank hangt. Ze heeft een eigen gebedenboek in het Engels en de stok valt tijdens de mis altijd wel een paar keer op de kerkvloer. Of de ouders die vaak kwamen met hun dochter in een rolstoel die als een soort bed fungeerde. Bij de communie liepen ze met haar naar achteren en namen als laatsten plaats in de rij. Ik keek uit de verte toe als de moeder een hostie in ontvangst nam en met enige moeite op de tong van haar dochter legde. Ze lachte dan vaak even om haar eigen onhandigheid. Zoveel liefde en toewijding van ouders voor een kind zie je niet vaak, maar nu mocht ik er getuige van zijn.

Thuisvoelen

Waarom voel je je thuis in een bepaalde kerk? Een mooi interieur helpt, aardige mensen om je heen, inspirerende voorgangers en natuurlijk een goed koor. Het is hier allemaal. Net als een degelijke, klassieke liturgie. Gewoon de eeuwenoude geloofsbelijdenis en het Lam Gods zoals ik dat van kinds af aan heb gebeden. Anderen zullen die liturgie misschien ‘saai’ en ‘onpersoonlijk’ vinden. “Heel mooi hoor, maar dit ben ik niet”, zeggen ze dan. Dat gevoel ken ik zelf ook. Ooit was ik in een geloofsgemeenschap, waar over de liturgie veel vergaderd werd. Bij de geloofsbelijdenis moest ik hier hardop met de hele kerk zeggen “Wij geloven in vrouwen die onderdrukt worden”.

Ik geloof in vrouwen en moet niks hebben van onderdrukking, maar een dergelijke zin hoort volgens mij niet thuis in een geloofsbelijdenis. Het zit me in de weg. Toen afgelopen zondag de priester aan het eind van het tafelgebed bad: “Door Hem en met Hem en in Hem zal Uw Naam geprezen zijn”, vielen de liturgie en ik wel samen. Ik geloofde het allemaal.

Heimwee

We liepen de kerk uit en de drukte van de stad viel weer over ons heen. Ik keek nog een keer om, zoals je dat soms ook doet als je je eigen huis verlaat. Alles stond er en het stond er goed. Ik snoof de geur op die naar buiten was gewaaid. Oud maar niet muf; hij rook vertrouwd en een beetje naar wierook.

Even later zou de basiliek leeg zijn, op een paar rondkijkende toeristen na, en was iedereen weer op weg naar zijn eerste huis. De vrouw met de wandelstok en haar eigen gebedenboek, de ouders van de dochter in de grote rolstoel. Ze zouden weer voor een week verdwijnen. Op de 29e ‘zondag door het jaar’, zullen ze er weer zijn en zal de basiliek hen opnieuw in haar armen sluiten.

Ik ben dan in het buitenland en zal heimwee hebben naar mijn tweede huis in de stad, dicht bij het treinstation.

Deze column verscheen eerder in Trouw van 27 oktober 2019

 

Kijk voor bestelinformatie van de Pius Almanak op de website van uitgeverij Jongbloed.

 

 

 

Tags: , ,