Nieuws

Rooms-Katholieke Kerk Nederland > Jong Katholiek > Weg met die Kerstman!

Weg met die Kerstman!

Er zijn weinig dingen die mij zozeer vervullen van een welhaast christelijke verontwaardiging als de opmars van de kerstman. Ik zeg welhaast christelijk, want de gevoelens die dit heerschap bij mij oproepen, zijn niet alle even bijbels.

Daar staat hij dan. Een corpulente ho-ho-ho roepende grijsaard in een rood pak, met een opzichtige fake-baard. Hij komt uit Amerika en dat had ons reeds tot voorzichtigheid moeten manen. Deze kerstman heeft namelijk een merkwaardige ambitie. Hij wil niet alleen het Sinterklaasfeest overnemen, hij wil ook nog eens Kerstmis annexeren. Dat getuigt weliswaar van ondernemingsgeest, maar toch. Twee feesten in één maand veroveren, zonder dat iemand erom gevraagd heeft, is bedenkelijk.

Wij hadden Sinterklaas. Een voortreffelijke heilige. Een bisschop bovendien, wat in onze tijd al bijna voldoende reden is om hem uit het openbare leven te verwijderen. Hij droeg een mijter, een staf en een waardigheid die niet van een reclamebureau afkomstig was. Hij is niet zoals de Kerstman bedacht door een marketingafdeling, maar heeft werkelijk geleefd. Hij was bisschop van Myra, hielp de armen, beschermde kinderen en gaf zijn bezittingen weg zonder eerst een fotograaf te ontbieden. Het was kortom een man van wie men iets kon leren. Sinterklaas begreep namelijk iets wat de kerstman volstrekt ontgaat: dat het geven van geschenken een verwijzing is naar een veel groter Geschenk: een Godsgeschenk, niet afkomstig van de Noordpool, maar een Kind in een kribbe in Bethlehem.

De kerstman begrijpt niets van dit alles. Hij beschikt over vliegende rendieren – wat op zichzelf al merkwaardig genoeg is om hem niet meer serieus te nemen – over een onuitputtelijk assortiment speelgoed en een logistieke organisatie waarvoor zelfs Amazon zijn hoed zou afnemen. Maar van de Incarnatie heeft hij nog nooit gehoord. Wat moeten wij met zo iemand? De ware Sinterklaas was een man die naar Christus verwees. De kerstman is een man die naar de kassa verwijst. Dat is, dunkt mij, toch een verschil.

En dan die merkwaardige gang van zaken rond Kerstmis. Er was een tijd waarin men op 25 december de geboorte van Jezus Christus vierde. Dat was een tamelijk revolutionaire gebeurtenis, want God zelf had besloten mens te worden. De Schepper van hemel en aarde verscheen als een hulpeloos Kind. Hij had zelfs geen behoorlijke wieg. Zijn eerste onderkomen was een stal. Men zou verwachten dat een dergelijke gebeurtenis de aandacht nog wel enige tijd zou vasthouden.

Maar nee. De moderne mens heeft iets beters gevonden: een dikke man die door een schoorsteen kruipt. Het is een opmerkelijke vooruitgang. Tweeduizend jaar lang heeft de Kerk verkondigd dat God mens werd om ons te verlossen. Thans wordt ons medegedeeld dat een bejaarde heer uit Lapland ons gelukkig zal maken met een nieuwe spelcomputer. Van de verlossing zijn wij overgestapt op de aanbieding. De kerstman is intussen alomtegenwoordig. Men vindt hem in winkelcentra, televisiereclames, tuincentra, supermarkten en op kerstmarkten die met Kerstmis helemaal niets van doen hebben. Niemand kijkt ervan op.

Maar zet een kerststal in een openbaar gebouw neer en prompt ontstaat er een discussie over neutraliteit. De kribbe zou kwetsend kunnen zijn. Het Kindje Jezus zou niet inclusief genoeg zijn. Maria en Jozef zouden wellicht aanstoot geven aan mensen die niet in hen geloven. Een man met vliegende rendieren is daarentegen kennelijk een toonbeeld van redelijkheid; een Kind in een kribbe een bedreiging voor de samenleving. Men kan het de moderne wereld niet verwijten dat zij haar verstand verloren heeft. Wel dat zij er zo bijzonder tevreden mee is.

Wat mij vooral tegenstaat, is de schaamteloosheid waarmee de kerstman zich een feest heeft toegeëigend waarvan hij de betekenis niet begrijpt. Hij profiteert van de vreugde, de warmte, de muziek, de lichtjes en de vrijgevigheid, maar zwijgt zorgvuldig over de oorsprong daarvan. Kerstmis is echter niet het feest van de gezelligheid. Gezelligheid is voortreffelijk, vooral wanneer er een goed glas wijn bij wordt geschonken, maar men kan ook gezellig zijn op een verjaardag, een bruiloft of een avond waarop de televisie het begeeft. Kerstmis is iets anders; Kerstmis is het feest van de menswording van God. Het Kind in de kribbe is The reason for the season, zoals de Amerikanen het zo treffend zeggen. Het merkwaardige is dat zij diezelfde waarheid vervolgens hebben weten te bedelven onder een berg cadeaupapier, een rendier met een lampje als neus, en zingende kerstbomen. Het is alsof men de verjaardag van een koning viert door zijn paleis te versieren, zijn gasten te onthalen en zijn geschenken uit te pakken, maar de koning zelf bij de ingang tegenhoudt omdat hij de feestvreugde zou kunnen verstoren.

Wat zou Sinterklaas van dit alles denken? Ik vermoed dat hij de kerstman eens ernstig zou toespreken. Niet omdat hij bezwaar had tegen cadeautjes. Integendeel. De goede bisschop wist hoezeer kinderen zich verheugen op een geschenk. Maar hij zou de kerstman eraan herinneren dat geven iets anders is dan verkopen, dat vrijgevigheid iets anders is dan consumptie, en dat Kerstmis niet draait om wat wij elkaar schenken, maar om wat God ons heeft geschonken. Want in Bethlehem gebeurde iets wat de kerstman met al zijn rendieren, elfen en pakhuizen nooit zal kunnen evenaren. Daar schonk God ons niet iets; Hij schonk ons Zichzelf. Een Geschenk dat men niet kan bestellen, niet kan retourneren en dat gelukkig ook niet na drie dagen uitverkocht is. En daarom zou ik willen voorstellen dat wij de zaken weer eens in de juiste volgorde plaatsen. Laat Sinterklaas op 5 december zijn feest vieren. Hij heeft er recht op. Niet omdat hij een aardige folklorefiguur is, maar omdat achter die folklore een echte heilige schuilgaat. Laat de kinderen zingen, laat de pepernoten rondgaan, laat de pakjes worden uitgepakt. En vertel de kinderen vooral waarom die oude bisschop zo graag geschenken gaf. Maar laat Kerstmis vervolgens weer Kerstmis zijn.

Haal de kerststal van zolder. Zet Maria en Jozef op hun plaats. Laat de herders komen en de wijzen knielen. En leg het Kind in de kribbe, midden in de kamer, midden in het feest, midden in ons leven. Want dat Kind heeft ons iets te bieden wat geen enkele kerstman ooit kan leveren: verlossing, hoop, eeuwig leven en een liefde die sterker is dan de dood. De kerstman belooft dat onze (materiële) wensen vervuld worden, mits wij maar genoeg verlangen. Christus belooft ons iets veel groters: dat wij gered kunnen worden, zelfs wanneer wij niet meer weten wat wij moeten verlangen. Dat is het verschil tussen een verzonnen sprookje en het Evangelie.

En mocht de kerstman zich dan toch nog bij ons melden, dan stel ik voor hem vriendelijk te ontvangen, zoals dat christenen betaamt. Geef hem een kop koffie, bied hem een speculaasje aan en leg hem uit dat hij twee dingen door elkaar heeft gehaald: 1. Sinterklaas is een heilige. 2. Kerstmis is een heilig feest. 3. De Kerstman is een verkoopstrategie. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, zolang hij maar weet waar hij thuishoort. Bij voorkeur achter de etalageruit. En vooral niet vóór de kribbe. Want uiteindelijk gaat het met Kerstmis niet om een man die door de schoorsteen naar binnen komt, maar om God die uit de hemel naar beneden kwam. En die had daarvoor, wonder boven wonder, geen enkel rendier nodig.

+Rob Mutsaerts, november 2026

 

Afbeelding via pixabay.com.

Tags: ,