Caritascolumn: Terugkijken naar Sint Anna

Limburg stond dit voorjaar landelijk in de belangstelling met de musical Het geluk van Limburg (gebaseerd op het gelijknamige boek van Marcia Luyten) over de materiële en geestelijke rijkdom en misère rond de mijnbouw in Zuid-Limburg. De rol van de Rooms-Katholieke Kerk werd daarin wat zwart-wit neergezet, zoals te verwachten in een musical. In werkelijkheid heeft mgr. dr. Henri Poels toen veel betekend voor het lot van de katholieke arbeiders.
Hij was niet de eerste priester die te maken kreeg met armoede in Limburg. Een kleine halve eeuw eerder werd Peter Joseph Savelberg (1827-1907) benoemd tot kapelaan in Heerlen. Naast zijn gewone parochiewerk besteedde hij bijzonder veel tijd aan diaconaal opbouwwerk avant la lettre. Hij was begaan met gezinnen in armoede, zieken en eenzamen. Alles onder zijn motto: ‘helpen waar niemand helpt’.
Daartoe stichtte hij de congregaties van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph en de Broeders van Sint Joseph. Hun activiteiten reikten tot ver buiten de Mijnstreek, zo werd onlangs zichtbaar tijdens Open Monumentendag.
In het Midden-Limburgse dorp Heel was deze dag aanleiding voor de Heemkring Heel om terug te blikken op de geschiedenis van de broeders en zusters. Dat gebeurde heel laagdrempelig met een wandeltoneel op vijf locaties op het terrein van de voormalige zorginstelling Sint Anna, nu KoraalNML. Daarin waren acteurs gekleed in de kloosterhabijten van destijds. Een uitzondering vormde de plaatselijke kapelaan Danny, die met toog en bonnet de rol van mgr. Savelberg vertolkte.
In vijf taferelen werd de geschiedenis uitgebeeld. Het begon met de creatieve ideeën van mgr. Savelberg en de zusters die op bedeltocht gingen door Limburg. In Heel kregen ze van de graaf van Geloes een huis om kinderen op te vangen en onderwijs geven: Klein Betlehem.
Later werden broeders naar Heel gestuurd ter uitbreiding van het pastorale werk. Ze verwierven er een kasteeltje. In een sprookje is er dan een lieve, rijke barones die haar kasteel cadeau doet, maar Savelberg moest gewoon ervoor betalen. En hij had het hard nodig: als huisvesting voor de broeders, en enkele jaren daarna, ook de zusters. In de volgende bedrijven werd gespeeld hoe een mannenhuishouden toch niet uitblinkt in hygiëne en orde.
Het gebouw bood bovendien onderdak aan hulpbehoevende mensen: alleenstaande moeders, oudere mannen en geleidelijk steeds meer hulpbehoevende kinderen. De jaren daarna zou het zorghuis, door Savelberg ‘Sint Anna’ gedoopt, steeds verder uitbreiden, met uiteindelijk ruim zevenhonderd bewoners. Onder die naam is het tot op vandaag een begrip in de wijde omgeving.
Respect in tijden van verandering
Onder rector Driessen werden de zusters en broeders gescheiden en gingen de broeders met de mannelijke hulpbehoevenden op Hoeve Sint Joseph wonen.
Het toneel beschreef de prachtige en concrete inzet van deze kloosterlingen in de late jaren van het Rijke Roomse Leven. Het vijfde en laatste tafereel was in mijn ogen het meest indrukwekkend: de allerlaatste Moeder Overste, zuster Victorina, werd daarin geflankeerd door één van de eerste lekenmedewerkers, Marlies. Samen speelden ze de ongemakkelijkheid van die periode uit.
De zusters en broeders hadden in tientallen jaren hun eigen zorg-vaardigheden en vorming ontwikkeld. Door de invoering van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) trad in 1968 een groep leken-verpleegsters aan, die een seculiere opleiding had plus een officieel diploma. In hun ogen waren de zusters dus juist de leken.
En meer nog: er kwamen dienstroosters. Kloosterlingen kregen voor het eerst van hun leven een ‘vrij weekend’ en konden er nauwelijks aan wennen dat ze niet meer constant nodig waren voor hun mensen, zoals ze toch bij hun geloften hadden uitgesproken. Tijdens het toneelstuk werd een zwart-witfoto getoond van de toenmalige communiteit. Met zusters in habijt en anderen in bloemetjesjurk. Een eyeopener voor mij persoonlijk. Ik had een flashback naar mijn studententijd, toen we als seminaristen altijd afgaven op zusters in bloemetjesjurken. Niet alleen gebrek aan smaak, maar vooral een stuk verlating van je religieuze leven, dat je toch tot in het uiterlijke op je had genomen. Wij vonden dat als wijze jongemannen toen heel verkeerd. Het toneel rond de AWBZ-revolutie maakte echter duidelijk dat de zusters in die jaren wel heel andere crisissen doormaakten dan de vraag: ‘Hoe zullen we ons kleden?’. Het publiek, waarin nogal wat gepensioneerde verpleegsters zaten, kon daarover meepraten en bovenal over het grote wederzijdse respect in die jaren.
Wat blijft
Opnieuw maken de Kleine Zusters van de Heilige Joseph nu een crisismoment door. Hun laatste klooster, het moederhuis Huize de Berg in Heerlen, sluit deze maand de deuren en alle zusters verhuizen naar een zorginstelling in Echt. Daar krijgen ze de zorg die ze zelf tientallen jaren hebben gegeven aan anderen. Maar daar verdwijnt ook het communiteitsleven: ieder een eigen appartement of kamer, maar geen eigen kapel meer of gezamenlijke gebedstijden. Pijnlijk. De armoede die een kloosterling belooft, krijgt zo op een heel onverwachte manier gestalte. Maar wat blijft, is de enorme spirituele rijkdom van anderhalve eeuw kloosterleven. Om zorgvuldig te bewaren, niet alleen door een Heemkring, maar door alle katholieken van nu.
Harry Notermans is diocesaan werker Caritas in het bisdom Roermond.
Foto: Koraal Sittard









