Nieuws

Rooms-Katholieke Kerk Nederland > Caritas > Caritas: reflecties > Beschouwing op rkkerkcaritas.nl: over samenleven in plaats van zelfredzaamheid

Beschouwing op rkkerkcaritas.nl: over samenleven in plaats van zelfredzaamheid

‘Is zelfredzaamheid wel zo wenselijk als we denken?’ Piet Timmermans, theoloog en werkzaam als diaconaal werker in het bisdom Rotterdam, schreef over deze vraag een beschouwing die kijkt naar afhankelijkheid, rijkdom en autonomie. Deze beschouwing voor rkkerkcaritas.nl laat zien waarom mens-zijn begint bij samenleven in plaats van bij alleen overeind blijven.

‘Zelfredzaamheid is een verwarrend begrip. Het wordt veel gebruikt in de ouderenzorg. Daar staat het begrip tegenover zorgafhankelijkheid. Het is inderdaad heel prettig om zelf naar het toilet te kunnen gaan en niet afhankelijk te zijn van een zorgmedewerker die daarbij moet helpen. Toch bekruipt me het gevoel dat dit ook economische begrippen zijn. Voor de ene patiënt, met zoveel zelfredzaam-punten, krijgt men minder geld of zorgtijd dan voor de andere patiënt, die veel minder zelfredzaam-punten heeft gescoord. Daar komt bij dat zelfredzaamheid er heel anders uitziet als je arm bent of rijk.

Voor mij als theoloog en filosoof hebben zulke woorden nog een hele andere lading. Zelfredzaamheid lijkt mij eerder een begrip dat niet over mensen gaat. Zijn mensen niet vooral samenlevers? Zeker, er bestaan kluizenaars. En ja, er zijn mensen die schijnbaar heel goed in hun eentje kunnen leven. Toch vormen deze kluizenaars en succesvolle alleen-levers een heel klein aantal.

Afhankelijk vanaf het begin

Tijdens de zwangerschap is er een 100% afhankelijkheid in het leven van elke beginnende mens. Sterft in die eerste maanden de moeder, dan sterft ook het kind. Mochten we ooit een machine uitvinden die ons nageslacht negen maanden kan dragen tot de geboorte, dan verandert dat natuurlijk niets aan onze afhankelijkheid. Na de geboorte duurt die afhankelijkheid van onze ouders in steeds wisselende vormen voort tot ver voorbij onze puberteit.

Die afhankelijkheid gaat nooit voorbij. Wie zou ik zijn zonder huisarts? Zonder supermarkt? Zonder vakkenvullers in de supermarkt. Wie zou ik zijn zonder vrienden, of zonder les te krijgen? Kunnen we zonder metselaar of stratenmaker? Kijkend naar mijn professie: kan een mens leven zonder betekenis te vinden in zijn bestaan? Zonder mensen die die betekenis stukje bij beetje helpen oplichten?

Daarom zou ik liever spreken van een ‘samenredzaamheid’ of beter nog van samenleven. We zijn als mensen ontworpen om met elkaar te leven, niet alleen. Neem onze mond: we ademen, eten, drinken, zoenen en praten met onze mond. En elk van die dingen is van levensbelang. We kunnen niet zonder zuurstof, evenmin zonder eten, niet zonder drinken, niet zonder aanraking. En ook niet zonder uitwisseling van gedachten.

Arm en rijk

Een verhaal over twee leeftijdgenoten, de heren x en y. Ze beschikken over dezelfde talenten. Allebei goed in dezelfde dingen. En allebei talentloos op dezelfde terreinen. Er is één verschil: meneer x is een rijk man, meneer y knoopt met de grootste moeite de financiële eindjes net niet aan elkaar.

Als het gaat om dingen die persoon x niet goed zelf kan, zal hij die, omdat hij rijk genoeg is, inkopen. Hij huurt een tuinman in, of een loodgieter. Iemand die de auto repareert. Of die kan adviseren over een verzekering. Hij is de klant en voelt zich de koning. Hij is de werkgever en voelt zich de baas. Zelfs de zorg voor zijn kind kan hij inkopen. De mensen om meneer x heen zien in hem iemand die al die dingen naar zijn hand kan zetten. Een succesvol en machtig man, onafhankelijk en autonoom.

Persoon y is dus net zo talentloos in bovengenoemde dingen maar arm. Hij kan zulke hulp niet inkopen maar moet alles zelf doen. En omdat persoon y die taken net zo slecht kan als meneer x wordt het niet bijzonder succesvol. Het tuinpad ligt ongelijk. De afvoer blijft lekken. Bankzaken verlopen klungelig en omgaan met de overheid rampzalig. Persoon y voelt zich gestrest en altijd de Sjaak, een armoedzaaier en afhankelijk van hulp. Mensen om hem heen zeggen: ‘het wordt nooit wat met zo’n vent. Hij is bepaald niet zelfredzaam en voor zijn kind kan hij ook niet goed zorgen, moeten we Veilig Thuis niet bellen?’

Als we dit woord zelfredzaamheid gebruiken in onze omgang met arme mensen vragen we dingen van hen die we nooit vragen van een rijke. De overheid stuurt naar alle burgers onbegrijpelijke brieven die een rijke meteen doorstuurt naar zijn advocaat of zijn belastingadviseur omdat hij er zelf niets mee kan. Zo loopt hij geen meevaller mis. De arme kan ook niets met de brief, legt hem terzijde en krijgt een boete wegens wanbetaling.

Autonomie

Autonomie is daarmee vooral voor rijke mensen en betekent een soort ‘onafhankelijkheid’. Iedereen moet voor zichzelf opkomen, tot zijn/haar recht kunnen komen, eigen keuzes kunnen maken en streven naar zijn eigen welzijn en welvaart. Een begin van mensen die met de ruggen naar elkaar hun eigen ding doen en vanuit hun eigen bubbel niet begrijpen waar anderen mee bezig zijn.

Samen leven

Alleen leven hoort niet bij mensen. Het wordt tijd dat we ons overnieuw realiseren dat we niet zelfredzaam hoeven te zijn. Dat we samen onze levens pas echt succesvol kunnen leven. Dat we elkaar mogen zien, mogen horen en waarderen. Dat we onze talenten kunnen inzetten voor elkaar. Dat we elkaar om hulp mogen vragen. Dat is niet zwak, maar eerlijk en menselijk. Ons leven is leven met afhankelijkheid en kwetsbaarheid, twee ingrediënten van liefde.’

Auteur: Piet Timmermans is theoloog en werkzaam als diocesaan diaconaal werker

Foto: Pixabay

Tags: , , ,