Moral distress – long read

Tom van Vilsteren is diocescaan diaconaal werker in het Aartsbisdom Utrecht. Naar aanleiding van het proefschrift van krijgsmachtaalmoezenier Sanneke Brouwers over ‘moral distress’ bij militairen reflecteert hij of morele ervaringen van vrijwilligers in diaconie en caritas ook aandacht en actie behoeven.
Schuld en schaamte.
In de achterliggende december maand hebben vele vrijwilligers binnen de Rooms Katholieke kerk maar ook daar buiten, hun beste beentje voorgezet om zoveel mogelijk mensen te laten delen in de vreugde van het kerstfeest. Er zijn talloze kerstacties georganiseerd. Voelen vrijwilligers zich daartoe moreel verplicht en/of treedt er een vorm “moral distress” (rolconflict bij rol als vrijwilliger) op? Deze bijdrage, is een korte verhandeling over de vraag of vrijwilligers (mogelijk) gevoelens van schuld, schaamte of morele twijfel hebben ervaren en welke conclusie daaruit kan worden getrokken.
Moral distress
Op 5 december jl. promoveerde krijgsmachtaalmoezenier Sanneke Brouwers op de universiteit in Tilburg op haar proefschrift over morele ervaringen in de krijgsmacht. Het proefschrift is een wetenschappelijk verhandeling over “moral distress” bij militairen en is o.a. ingegeven door de nodige praktijkervaringen met veteranen. Een veteraan is een actieve of post- actieve militair die op missie is geweest. 
In het proefschrift van Brouwers wordt “moral distress” o.a. gedefinieerd als een rolconflict binnen de militaire rol of tussen de militaire en de persoonlijke rol. Dit ontstaat wanneer men weet wat ethisch het juiste is om te doen maar wanneer er niet naar kan worden gehandeld. “Moral distress” wordt gekenmerkt door een veelvoud aan (mogelijke) verschijnselen te weten:
- Schuldgevoel
- Frustratie of boosheid
- Machteloosheid
- Schaamte
- Angst of verdriet
- Morele twijfel (“Ben ik een slecht mens/vrijwilliger?”)
- Piekeren over genomen of niet-genomen beslissingen
- Innerlijk conflict tussen persoonlijke waarden en externe eisen
- Cynisme of vervreemding van de doelgroep
- Terugtrekking of vermijdingsgedrag
- Verminderde betrokkenheid of motivatie
- Stilte: niet (meer) uitspreken van morele bezwaren
- Verminderd werkplezier en kwaliteit van vrijwilligerswerk
Morele ambivalenties
“Moral distress” ontstaat o.a. als er binnen een organisatie sprake is van morele ambivalenties. Deze laten zich het beste definiëren als spanningen of tegenstrijdigheden binnen morele opvattingen, waarbij waarden, normen of principes tegelijkertijd belangrijk zijn, maar met elkaar botsen. Er is geen “goed” of “fout” antwoord.
Diaconie en Caritas
Ongetwijfeld hebben vrijwilligers die actief zijn binnen diaconie en/of caritas morele ervaringen. Dit is een ervaring waarin je bewust aanvoelt of beseft wat goed of fout is. De interessante vraag die opkomt naar aanleiding van het proefschrift is of vrijwilligers die actief zijn binnen de werkvelden diaconie en caritas vanwege die morele ervaringen “moral distress” ervaren ten aanzien van hun rol binnen de Rooms Katholieke kerk en welke conclusie daaruit kan worden getrokken.
Voor het beantwoorden van deze vraag onderstaand een inventarisatie van (mogelijke) morele ambivalenties binnen de taakvelden diaconie en caritas:
- Mag hulp afhankelijk zijn van het morele gedrag van degene die een beroep op je doet?
- Zijn diaconie en caritas ingericht om noodhulp te verrichten of om systemen te veranderen die armoede veroorzaken?
- Wanneer doet hulp er toe en wanneer maakt zij de hulpvrager afhankelijk?
- Is hulp onvoorwaardelijk of ook een vorm van geloofsbeleving?
- Kan een wereldwijde instelling als de Rooms Katholieke kerk geloofwaardig spreken over armoede?
- Wie wordt er wel geholpen en wie niet?
- Ligt de morele prioriteit bij hulp in de parochie of bij wereldwijde armoede?
- Worden hulpvragers zonder oordeel geholpen, ook als iemands keuzes botsen met de leer van de Rooms Katholieke kerk?
Morele ambivalenties zijn de ontstaansoorzaak van “moral distress”. Begrippen als barmhartigheid, rechtvaardigheid en naastenliefde kunnen botsen met de grenzen van middelen, macht, kerkelijke leer en de praktijk.
Doelgroep
In Nederland leven naar schatting 1 miljoen mensen onder de armoedegrens. De armoedegrens wordt bepaald door te kijken naar hoeveel inkomen iemand minimaal nodig heeft om van te leven. In de huidige tijd waarin privacywetgeving een belangrijke rol speelt wordt het steeds moeilijker de doelgroep te vinden. Mensen behorend tot de doelgroep vragen vaak laat om hulp. Armoede is niet altijd zichtbaar. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vraagt om andere vormen van toeleiding naar de doelgroep. Vrijwilligers moeten steeds creatiever zijn om de doelgroep te vinden en daar waar nodig te helpen. Soms zal vrijwilligers het gevoel bekruipen van “we willen wel maar we kunnen niet”, zeker als er ook nog voldoende (financiële) middelen beschikbaar zijn om de doelgroep te helpen.
Moreel dilemma
Vrijwilligers krijgen te maken met morele dilemma’s. Een moreel dilemma is een situatie waarin je moet kiezen tussen twee (of meer) mogelijkheden, maar elke keuze moreel bezwaarlijk is.
Naast het achterhalen van de doelgroep, kan het erg lastig zijn te bepalen wie voor hulp al dan niet in aanmerking komt? Wie krijgt er een kerstpakket en waarom wel of niet? Wanneer wordt individuele hulp wel geboden? Wie komen in aanmerking voor projectmatige hulp? Hoe ver moet je gaan om de achtergrond en de context van de hulpvraag te doorgronden? Is de geboden hulp geen druppel op een gloeiende plaat is de huidige complexe wereldorde?
Het verschil tussen arm en rijk neemt hand over hand toe. De tien rijkste mensen op aarde bezitten gezamenlijk 2500 miljard dollar.
Het geschetste morele dilemma gecombineerd met de eerder genoemde morele ambivalenties kan gevoelens van machteloosheid, teleurstelling en/of boosheid oproepen en leiden tot “moral distress”. Het stelt fundamentele vragen aan de samenleving en de RK kerk over rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en grenzen van hulpverlening.
Conclusie
- Bij het al dan niet verlenen van hulp door vrijwilligers actief bij diaconie en/of caritas kan rolspanning ontstaan, een bron van morele ambivalentie, die kan leiden tot “moral distress”.
- Diaconie en caritas als vormen van barmhartigheid, rechtvaardigheid en naastenliefde, binnen de RK kerk maken dat vrijwilligers zoeken naar een eigen regie om hun waarden als persoon en hulpverlener uit te drukken.
- Morele ervaringen en daaruit voortkomende “moral distress” zouden gedeeld kunnen of misschien wel moeten worden op themadagen of tijdens intervisiebijeenkomsten binnen het Aartsbisdom Utrecht.
Tom van Vilsteren
Tags: caritas, diaconie, vrijwilligers









