Kerk en de nieuwe ANBI-regeling
Aanscherping voorwaarden per 1 januari
door Thom Kalb
In rkkerk.nl van september jl. werd melding gemaakt van aanstaande veranderingen in de regeling voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Inmiddels is duidelijk wat er vanaf 1 januari 2010 gaat veranderen.

In verband met de wetswijziging per 1 januari heeft de Belastingdienst formulieren verstuurd aan de kerkgenootschappen, waarop zij moeten verklaren dat zij aan de nieuwe ANBI-voorwaarden voldoen. Tijdens de vergadering op 1 december van de permanente raad van de Bisschoppenconferentie tekende de voorzitter hiervan, mgr. Van Luyn, de verklaring namens de RK Kerk.
Zoals bekend is iedere instelling van de RK Kerkprovincie vanaf 1 januari 2008 een ANBI door de groepsbeschikking van de Belastingdienst van 30 november 2007 ten name van de Bisschoppenconferentie van de Rooms Katholieke Kerkprovincie te Utrecht. De ANBI-status brengt voordelen met zich mee. Een ANBI-instelling is namelijk vrijgesteld van successierecht bij nalatenschappen en vrijgesteld van schenkingsrecht bij schenkingen en giften. Bovendien kan degene, die een schenking of een gift doet aan een ANBI-instelling het bedrag van zijn schenking of gift aftrekken van zijn inkomstenbelasting. De Belastingdienst heeft met het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waaraan ook het RK Kerkgenootschap deelneemt, een convenant gesloten. Daarin wordt ervan uitgegaan dat het kerkgenootschap zelf verantwoordelijk is voor de juiste toepassing van de regeling. Vastgelegd is dat de controle, de handhaving en het toezicht op de uitvoering van de regeling voor ANBI’s door de kerkgenootschappen begeleid zal worden door halfjaarlijkse contacten tussen de Belastingdienst en het CIO.
Nieuwe voorwaarden
Vanaf 1 januari 2010 moeten organisaties aan twee nieuwe voorwaarden voldoen om aangewezen te zijn als ANBI. Ten eerste moet zij zich voor 90 procent inzetten voor het algemeen nut. Van oudsher werden kerken, op grond van de jurisprudentie aangewezen als 100 procent algemeen nut. In de Tweede Kamer werden hierover echter kritische vragen gesteld. Staatssecretaris De Jager heeft gemeend dat kerken altijd wel voldoen aan 90 procent. Overigens zijn er in de Eerste Kamer vragen gesteld aan de regering om toch te bevestigen dat kerken volledig algemeen nuttig zijn.
Ten tweede mogen de instelling, bestuurders, management en gezichtsbepalende personen in de afgelopen vier jaar niet veroordeeld zijn voor het aanzetten tot haat, het aanzetten tot geweld of het gebruik van geweld. Mocht dit toch het geval zijn dan kan de organisatie haar ANBI-status verliezen, maar niet nadat de belastinginspecteur de organisatie eerst een redelijke termijn heeft gegund om het probleem op te lossen.
Semi-commerciële activiteiten, alsook sommige commerciële activiteiten zijn toegestaan. Hierbij kan men denken aan het exploiteren van een parochiehuis of van drukkerij of uitgeverij en dergelijke. Van belang is dat de opbrengsten daarvan weer aangewend worden voor het algemeen nut.
Instellingen binnen de invloedssfeer van de Kerk
In het convenant is vastgelegd dat de werking ervan zich via de groepsbeschikkingen ook uitstrekt tot organisaties die zich bevinden binnen de invloedssfeer van een kerkgenootschap (of van een zelfstandig onderdeel hiervan).
Dit kan blijken uit:
- de doelstelling (die het algemeen belang moet dienen, zoals kerkenwerk)
- benoeming/voordracht bestuursleden
- financiële verantwoording
- bestemming liquidatiesaldo
- een kerkordelijk verband.
Wanneer dit het geval is kan deze rechtspersoon vallen onder de groepsbeschikking. Leidend bij de beantwoording van de vraag of een stichting of vereniging hieronder valt is de opvatting van het kerkgenootschap hierover. Om hierin inzicht te geven worden jaarlijks twee exemplaren van de Piusalmanak aan de Belastingdienst overhandigd.
Katholieke stichtingen of verenigingen die geen zelfstandig onderdeel zijn van het RK Kerkgenootschap en die niet zelf al een ANBI-status hebben aangevraagd, kunnen eventueel onder de groepsbeschikking van het Kerkgenootschap worden gebracht als zij menen dat zij als een organisatie beschouwd kunnen worden die zich bevindt binnen de invloedssfeer van het Kerkgenootschap of van een zelfstandig onderdeel daarvan. Daartoe kunnen zij zich in verbinding stellen met het bisdom waarin zij gevestigd zijn.
Meer informatie
Voor vragen over specifieke parochiële- en caritasinstellingen kunt u contact opnemen met de juridische dienst van uw bisdom. Voor algemene juridische vragen over de status van uw organisatie binnen het RK Kerkgenootschap kunt u terecht bij mr. Thom Kalb, Secretariaat RK Kerk in Nederland (SRRK), thomk@rkk.nl. Voor vragen over het CIO (www.cioweb.nl) en het convenant met de belastingdienst is beschikbaar mr. dr. Richard Steenvoorde, r.steenvoorde@rkk.nl.
door Thom Kalb
In rkkerk.nl van september jl. werd melding gemaakt van aanstaande veranderingen in de regeling voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Inmiddels is duidelijk wat er vanaf 1 januari 2010 gaat veranderen.

In verband met de wetswijziging per 1 januari heeft de Belastingdienst formulieren verstuurd aan de kerkgenootschappen, waarop zij moeten verklaren dat zij aan de nieuwe ANBI-voorwaarden voldoen. Tijdens de vergadering op 1 december van de permanente raad van de Bisschoppenconferentie tekende de voorzitter hiervan, mgr. Van Luyn, de verklaring namens de RK Kerk.
Zoals bekend is iedere instelling van de RK Kerkprovincie vanaf 1 januari 2008 een ANBI door de groepsbeschikking van de Belastingdienst van 30 november 2007 ten name van de Bisschoppenconferentie van de Rooms Katholieke Kerkprovincie te Utrecht. De ANBI-status brengt voordelen met zich mee. Een ANBI-instelling is namelijk vrijgesteld van successierecht bij nalatenschappen en vrijgesteld van schenkingsrecht bij schenkingen en giften. Bovendien kan degene, die een schenking of een gift doet aan een ANBI-instelling het bedrag van zijn schenking of gift aftrekken van zijn inkomstenbelasting. De Belastingdienst heeft met het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waaraan ook het RK Kerkgenootschap deelneemt, een convenant gesloten. Daarin wordt ervan uitgegaan dat het kerkgenootschap zelf verantwoordelijk is voor de juiste toepassing van de regeling. Vastgelegd is dat de controle, de handhaving en het toezicht op de uitvoering van de regeling voor ANBI’s door de kerkgenootschappen begeleid zal worden door halfjaarlijkse contacten tussen de Belastingdienst en het CIO.
Nieuwe voorwaarden
Vanaf 1 januari 2010 moeten organisaties aan twee nieuwe voorwaarden voldoen om aangewezen te zijn als ANBI. Ten eerste moet zij zich voor 90 procent inzetten voor het algemeen nut. Van oudsher werden kerken, op grond van de jurisprudentie aangewezen als 100 procent algemeen nut. In de Tweede Kamer werden hierover echter kritische vragen gesteld. Staatssecretaris De Jager heeft gemeend dat kerken altijd wel voldoen aan 90 procent. Overigens zijn er in de Eerste Kamer vragen gesteld aan de regering om toch te bevestigen dat kerken volledig algemeen nuttig zijn.
Ten tweede mogen de instelling, bestuurders, management en gezichtsbepalende personen in de afgelopen vier jaar niet veroordeeld zijn voor het aanzetten tot haat, het aanzetten tot geweld of het gebruik van geweld. Mocht dit toch het geval zijn dan kan de organisatie haar ANBI-status verliezen, maar niet nadat de belastinginspecteur de organisatie eerst een redelijke termijn heeft gegund om het probleem op te lossen.
Semi-commerciële activiteiten, alsook sommige commerciële activiteiten zijn toegestaan. Hierbij kan men denken aan het exploiteren van een parochiehuis of van drukkerij of uitgeverij en dergelijke. Van belang is dat de opbrengsten daarvan weer aangewend worden voor het algemeen nut.
| Waar moet een ANBI-instelling aan voldoen? Alle kerkgenootschappen en zelfstandige onderdelen daarvan (zoals parochies en caritasinstellingen) moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om als ANBI te kunnen worden aangemerkt. De belangrijkste zijn: 1. De instelling heeft geen winstoogmerk. Dit is voor de kerken geen probleem omdat dit volgt uit het geheel van ‘het statuut’ (de kerkorde) en de daarin vermelde doelstellingen. 2.De instelling heeft een actueel beleidsplan. Onder een beleidsplan wordt verstaan ‘een geschrift waarmee inzicht wordt gegeven in de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de doelstelling van de instelling’. 3. Het beschikkingsmachtcriterium: dit betekent dat individuele personen niet over het vermogen van een instelling mogen kunnen beschikken alsof het hun eigen vermogen is. 4.Het bezoldigingsverbod: leden van het bestuur van een ANBI-instelling mogen niet meer dan een onkostenvergoeding of vacatiegeld ontvangen. Ook dit levert in de kerken geen probleem op: parochiebesturen en andere bestuursleden werken pro deo. Voor alle duidelijkheid is vastgelegd dat deze bepaling niet kan worden tegengeworpen aan een priester die voorzitter is van het parochiebestuur. 5. Het bestedingscriterium houdt in dat een instelling niet meer vermogen aanhoudt dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van het werk. Parochies en diaconieën beschikken soms over – vaak historisch verkregen – vermogens, waarvan de revenuen worden aangewend ten behoeve van de doelstelling. Dat hoeft geen probleem op te leveren: het is toegestaan in dergelijke gevallen vermogen aan te houden. 6. Er dient een zodanige administratie te worden gevoerd zodat duidelijk is of en zo ja welke onkostenvergoedingen er worden betaald, wat de kosten van geldwerving en beheer zijn en (uiteraard) welke inkomsten er zijn en de aard en omvang van het vermogen. De meeste van deze criteria komen al voor in de modellen voor begroting en jaarrekening. 7. NIEUW: de organisatie moet zich voor 90 procent inzetten voor het algemeen nut. 8. NIEUW: de instelling, bestuurders, management en gezichtsbepalende personen mogen in de afgelopen vier jaar niet veroordeeld zijn voor het aanzetten tot haat, het aanzetten tot geweld of het gebruik van geweld. |
Instellingen binnen de invloedssfeer van de Kerk
In het convenant is vastgelegd dat de werking ervan zich via de groepsbeschikkingen ook uitstrekt tot organisaties die zich bevinden binnen de invloedssfeer van een kerkgenootschap (of van een zelfstandig onderdeel hiervan).
Dit kan blijken uit:
- de doelstelling (die het algemeen belang moet dienen, zoals kerkenwerk)
- benoeming/voordracht bestuursleden
- financiële verantwoording
- bestemming liquidatiesaldo
- een kerkordelijk verband.
Wanneer dit het geval is kan deze rechtspersoon vallen onder de groepsbeschikking. Leidend bij de beantwoording van de vraag of een stichting of vereniging hieronder valt is de opvatting van het kerkgenootschap hierover. Om hierin inzicht te geven worden jaarlijks twee exemplaren van de Piusalmanak aan de Belastingdienst overhandigd.
Katholieke stichtingen of verenigingen die geen zelfstandig onderdeel zijn van het RK Kerkgenootschap en die niet zelf al een ANBI-status hebben aangevraagd, kunnen eventueel onder de groepsbeschikking van het Kerkgenootschap worden gebracht als zij menen dat zij als een organisatie beschouwd kunnen worden die zich bevindt binnen de invloedssfeer van het Kerkgenootschap of van een zelfstandig onderdeel daarvan. Daartoe kunnen zij zich in verbinding stellen met het bisdom waarin zij gevestigd zijn.
Meer informatie
Voor vragen over specifieke parochiële- en caritasinstellingen kunt u contact opnemen met de juridische dienst van uw bisdom. Voor algemene juridische vragen over de status van uw organisatie binnen het RK Kerkgenootschap kunt u terecht bij mr. Thom Kalb, Secretariaat RK Kerk in Nederland (SRRK), thomk@rkk.nl. Voor vragen over het CIO (www.cioweb.nl) en het convenant met de belastingdienst is beschikbaar mr. dr. Richard Steenvoorde, r.steenvoorde@rkk.nl.









