Nederlander blijft geloven in leven na de dood
Utrecht, 28 oktober 2006 – Twee op de vijf Nederlanders gelooft in een leven na de dood. Dat komt grotendeels overeen met een onderzoek uit 2002 door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ook ten opzicht van oudere peilingen is, ondanks de ontkerkelijking, slechts sprake van een kleine vermindering. Dat blijkt uit een representatief onderzoek van het KASKI in opdracht van het televisieprogramma Kruispunt (RKK). Met name onder jongeren en vrouwen is het geloof in een leven na de dood relatief groot. De hemel is nog steeds het meest gebruikte beeld om het leven na de dood voor te stellen.
Ten opzichte van het onderzoek God in Nederland (1996) is het aantal mensen dat zegt te geloven in een leven na de dood in de afgelopen tien jaar gedaald van 45% naar 40%. De twijfelaars zijn gestegen van 22% naar 31%. Drie op de tien Nederlanders zegt niet in de een leven na de dood te geloven. Het verschil tussen man en vrouw is daarbij groot: 37% van de mannen denkt dat er na de dood niets meer volgt, terwijl dat onder vrouwen 21% is. Onder vrouwen is niet alleen het percentage dat gelooft in een leven na de dood groter (45%) maar ook het aantal twijfelaars (34%) ligt hoger dan onder mannen.
Onderzoeksbureau KASKI noemt het "opvallend" dat ouderen boven de vijftig jaar vaker zeggen niet in een leven na de dood te geloven dan jongeren, "hoewel ouderen wel kerkelijker zijn en vaker in een God of een hoge macht geloven". Over het geheel genomen bestaat er wel een duidelijke samenhang tussen de algemene gelovigheid van Nederlanders en hun geloof in het leven na de dood. "Dit houdt in dat 70% van de Nederlanders die aangeven beslist gelovig te zijn, ook in het leven na de dood gelooft (vooral in de hemel)", rapporteert het KASKI. Ook is er een sterke relatie tussen kerkgang en geloof in een leven na de dood. Dat geloof wordt door 75% van de regelmatige kerkgangers onderschreven, terwijl slechts 45% van de minder frequente kerkbezoekers gelooft in een leven na de dood.
Tussen de kerkelijke gezindten bestaat grote diversiteit. Van de katholieken gelooft 39% in een leven na de dood, terwijl 63% van de leden van de Protestantse Kerk in Nederland aangeeft in een leven na de dood te geloven. Wel zijn er onder de katholieken relatief veel twijfelaars (44%). Zeventien procent katholieken wijst het idee van een leven na de dood helemaal af, ongeveer vergelijkbaar met de Protestantse Kerk in Nederland (15%).
"Geloof in de hemel komt het vaakst voor (eenvijfde van alle Nederlanders), gevolgd door het voortbestaan van geest of ziel en het weerzien van familie en dierbaren (beide door iets meer dan 10% van de Nederlanders)", aldus het KASKI. Andere beelden over het leven na de dood, zoals reďncarnatie (8%) en het voortleven in de herinnering (5%), werden minder vaak genoemd.
Aanleiding voor het onderzoek vormde de presentatie vandaag van het magazine Licht aan de horizon, een uitgave onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse en Vlaamse bisschoppen. Dit magazine wil op laagdrempelige wijze informatie geven over de katholieke visie op het leven na de dood. Het magazine is de tweede in een reeks publiekstijdschriften rond belangrijke scharniermomenten in het menselijke leven. Het eerste ging in op geboorte en doopsel en werd met 25.000 verkochte exemplaren een groot succes. Kardinaal Simonis nam het eerste exemplaar van Licht aan de horizon vandaag in ontvangst op de R.-K. Begraafplaats Sint Barbara in Utrecht. Dat veel katholieken twijfelen aan of niet geloven in een leven na de dood, noemde de kardinaal "opvallend en in zekere zin schokkend". "Dat lijkt mij toch een beetje als een cadeautje krijgen en dat niet uitpakken."
Het RKK-televisieprogramma Kruispunt van zondag 29 oktober aanstaande (22.10 uur, Nederland 2) zal nader aandacht besteden aan het KASKI-onderzoek. In deze uitzending ook een documentaire over het Limburgse dorpje Epen, waar in korte tijd vijf kinderen overleden. Het tweede deel van deze documentaire wordt op zondag 5 november uitgezonden.









