Robbert Ammerlaan
“Ik geloof dat aan de journalist en uitgever een gemankeerde
schrijver is voorafgegaan”, zegt hij, daarmee eenieder
de illusie ontnemend dat hij zich ook maar enigszins zou willen meten
met de bijzondere auteurs die zijn fonds rijk is. “De Bij” zoals de
uitgeverij onder schrijvers genoemd wordt, is ook een bijzondere
uitgeverij, voortgekomen uit het verzet in de Tweede Wereldoorlog en al
vanaf de start in 1946 opererend vanuit een statig pand in de Van
Miereveltstraat in Amsterdam, in de schaduw van het Concertgebouw.
Ammerlaan is ‘gemengd’ opgevoed in een gezin met een katholieke vader
en een Nederland-hervormde moeder en groeide als ‘import’-kind uit
Rotterdam op in het Zuidhollandse Pijnacker. De journalistiek ontkiemde
bij hem in de jaren dat hij voor het dagblad de
Haagsche Courant
parlementair verslaggever was op het Binnenhof. Roomse contacten waren
hem niet vreemd en zo kon hij begin jaren zeventig in Nederland de
eerste serieuze politieke biografie presenteren,
Het Verschijnsel Schmelzer.
De openhartigheid van de oud-KVP-fractievoorzittter in het boek viel op
en viel vervolgens in slechte aarde bij sommige van Schmelzers’s
politieke collega’s aan het Binnenhof. In later jaren werd Ammerlaan
ook de politiek woordvoerder van Dries van Agt.
De uitgever Ammerlaan verbond zich in de jaren tachtig aan uitgeverij
Ambo/Anthos. Het boek
met een spirituele inslag dan wel het religieuze boek moest hij ‘in de
markt’ zetten. De vrucht van zijn activiteiten bij Ambo was een gestage
instroom van actueel-religieuze boeken zoals een bijzondere biografie
over kardinaal Alfrink die overigens verscheen toen Ammerlaan al bij De
Bezige Bij in dienst kwam.
‘Het katholieke volksdeel is in
tegenstelling tot het protestants-christelijke deel nooit erg sterk
geweest in het vastleggen van de eigen geschiedenis”, memoreert
Ammerlaan. ‘Katholieken hebben veel minder religieus besef. Dat ligt
misschien aan hun makkelijke volksaard”. De maatschappelijk tendens
naar verinnerlijking heeft zich naar zijn idee de laatste 10 jaar
slechts ten dele doorgezet”, zegt hij maar over de toekomst van het
religieu- ze boek blijft hij optiistisch.
De
komst in 1999 naar De Bezige Bij markeerde voor de uitgeverij een
aanzienlijke koerswending. De uitgeverij leek eind vorige eeuw deels
ten dode opgeschreven en het auteurscorps was redelijk bejaard. De Bij
teerde vooral op de successen van Harry Mulisch, Hugo Claus, W.F.
Hermans, Jan Wolkers, Remco Campert en Maarten Toonder. Ammerlaan kwam
met buitenlandse auteurs als Donna Tart die in haar eentje met
De Kleine Vriend de balans van De Bezige Bij ruim in het groen bracht. Ammerlaan stofte het
Bezige Bij-goud weer af en zorgde vooral voor een opvolging van de oude generatie
Bij-auteurs. Kees van
Kooten, Jan Sieblink, Kees van Beijnum en zelfs Youp van ’t hek trok
hij aan alsook de recent met de PC Hooft-prijs bekroonde Charlotte
Mutsaers. Ook gelouwerde auteurs als Cees Nooteboom en A.F.Th. van der
Heijden vonden de weg naar De Bezige Bij. Het succes van Ammerlaan bij
De Bezige Bij trok evident schrijvers aan.
Zelf zegt hij dat het
uitgeversvak om een nadrukkelijk persoonsgebonden benadering vraagt
waar op zijn tijd ook nederigheid bij past. Na 11 jaar aan het roer van
De Bij te hebben gestaan weet Ammerlaan nog steeds niet exact de smaak
van het Nederlandse lezerspubliek in te schatten. Een zakenman-uitgever
wil hij zich niet noemen en hij stelt ook vast dat de economische
crisis de “omzet” van De Bij niet in onrustbarende mate heeft doen
inzakken. Zijn treurnis omvat vooral het onafwendbare gegeven dat hij
met regelmaat bij de begrafenis van één van zijn auteurs aanwezig moet
zijn zoals twee jaar geleden Hugo Claus. Hij is het
“totaal oneens” met de opmerking indertijd van de Belgische
kardinaal Danneels twee jaar geleden die Claus’ zelfgekozen dood
allesbehalve een ‘heroïsche’ daad noemde. Ammerlaan vond de visie van
de voormalige aartsbisschop van Mechelen-Brussel bijkans ‘ongepast’.
Hoewel
binnenkort 66 blijft Ammerlaan voorlopig nog aan als uitgever-directeur
van De Bezige Bij. Over zijn opvolging is hij bewust vaag al worden
namen genoemd. Zeker is zo’n naam pas als Ammerlaan definitief de weg
vrijmaakt voor een opvolger die
De Bij-cultuur
volledig in zijn of haar vingers heeft. Want - zo zegt Ammerlaan -: ‘er
bestaat zoiets als “het gevoel” om bij de wereld van De Bezige Bij te
behoren’. Hijzelf om- ringt zich op de Bezige Bij-vesting met foto’s
aan de wanden van zijn gewaardeerde Bij-auteurs. En bij de ingang hangt
een gedenkbord - aangebracht bij het 60-jarig-bestaan van De Bezige in
2006 - met daarop de indringende regels van het gedicht
De Achttien Doden van Jan Campert. En vlak in de buurt van zijn bureau ligt één van de nieuwste uitgaven van De Bij,
Vogelvrij, De jacht op de Joodse Onderduiker
van Sytze van der Zee. Nog steeds houdt De Bezige Bij de toekomst naast
het verleden, trouw aan het besef waarom zij ooit werd opgericht.












